B1 — Voorrang verlenen
Home › B1 — Voorrang verlenen
De omgekeerde driehoek is het meest voorkomende voorrangsbord van België. Hij vraagt je voorrang te verlenen — en niet, zoals veel kandidaten denken, te stoppen.
In het kort
Driehoek met de punt naar beneden
Wit met een rode rand, en de punt naar onder. Het is het enige bord van de wegcode met die oriëntatie — je herkent het van ver, ook van achteren.
Stoppen hoeft niet
Is de weg vrij, dan rijd je door. Je moet alleen in staat zijn te stoppen — dus met een snelheid waarmee dat lukt.
Niet hetzelfde als B5
Bij een stopbord moet je altijd volledig stilstaan, ook als er niemand aankomt. Bij B1 niet. Dat is de examenvraag.
De fiche van dit bord
| Kenmerk | Waarde |
|---|---|
| Code | B1 |
| Familie | Voorrangsborden (serie B) |
| Vorm | Driehoek met de punt naar beneden |
| Kleur | Wit met brede rode rand |
| Wettelijke basis | KB van 1 december 1975, art. 67 |
Wat betekent dit bord?
Je moet voorrang verlenen aan alle bestuurders op de weg die je gaat kruisen of oprijden. Niet aan sommige : aan allemaal, uit beide richtingen.
Voorrang verlenen betekent : de andere bestuurder mag zijn weg vervolgen zonder te moeten remmen of uitwijken. Als hij dat wél moet doen omdat jij erin bent gereden, heb je geen voorrang verleend — ook al is er niets gebeurd.
Moet je stoppen?
Nee. Dat is het hele verschil met het stopbord. Je moet kunnen stoppen, wat iets anders is : je nadert het kruispunt met een snelheid waarmee je tijdig tot stilstand komt als er iemand aankomt.
Is de weg werkelijk vrij, dan rijd je gewoon door. In de praktijk betekent dat bijna altijd : sterk vertragen, kijken, en pas dan beslissen.
Waar kom je dit bord tegen?
Aan elk kruispunt waar de voorrang van rechts niet geldt omdat de kruisende weg voorrang heeft. Het staat dus meestal tegenover een B9 op de andere weg — de twee borden beschrijven hetzelfde kruispunt vanuit de twee kanten.
Je vindt het ook aan de uitgang van een parking, aan het einde van een fietspad dat op de rijbaan uitkomt, en vóór elke rotonde : wie een rotonde oprijdt, verleent voorrang aan wie er al op rijdt.
Wat « voorrang verlenen » concreet betekent
De wegcode formuleert het negatief, en dat is verhelderend : je mag de andere bestuurder niet dwingen te remmen, te vertragen of uit te wijken. Zolang hij zijn weg kan vervolgen zonder iets aan zijn rijgedrag te veranderen, heb je voorrang verleend.
Daaruit volgt een praktische regel : twijfel je of je er nog vóór kunt, dan kun je het niet. De twijfel zelf is het antwoord, want ze betekent dat de ander zich zou moeten aanpassen.
De klassieke examenval
Denken dat je moet stoppen. Het examen toont een leeg kruispunt met een B1 en vraagt of je mag doorrijden. Het antwoord is ja, op voorwaarde dat de weg vrij is.
De tweede val is de fietser of de bromfietser op het fietspad dat je kruist : ook aan hen moet je voorrang verlenen. « Alle bestuurders » is niet beperkt tot auto's.
Verwar het niet met…
- B5 — Stoppen en voorrang verlenen — daar is stilstaan verplicht
- B9 — Voorrangsweg, het bord dat de andere weg draagt
- B11 — Einde van de voorrangsweg
De volledige bibliotheek
Alle 359 Belgische verkeersborden staan in onze doorzoekbare bibliotheek, met filter per categorie en zoekveld.
Open de volledige bordenbibliotheek →
Oefen op dit bord
Moet je stoppen bij een B1-bord?
Nee. Je moet voorrang verlenen, dus kunnen stoppen — maar als de weg vrij is, mag je doorrijden zonder tot stilstand te komen. Alleen bij het stopbord B5 is volledig stilstaan verplicht.
Aan wie moet je voorrang verlenen bij een B1?
Aan alle bestuurders op de weg die je kruist of oprijdt, uit beide richtingen — auto's, maar ook fietsers en bromfietsers op een fietspad dat je doorkruist.
Wat staat er meestal op de kruisende weg?
Een B9, het gele ruitvormige bord van de voorrangsweg. B1 en B9 beschrijven hetzelfde kruispunt vanuit de twee richtingen.